De bril van de Volkskrant

Photo by Ryan McGuire on Gratisography
Geschreven door Wim van Dinten

Verschillen in oordelen van mensen zijn terug te voeren op verschillen in betekenisgeving. Je kunt dat in kranten gemakkelijk herkennen aan de uitspraken en formuleringen van personen die aan het woord komen. Tegelijkertijd zal je opvallen hoe je met een beperkte set van betekenisgeving niet op overzicht komt van internationale politiek en strategie.

In de Volkskrant van 2 december stond een interview van Rob Vreeken met Lakhdar Brahimi (80): ‘Probleem Syrië wordt opgelost, de vraag is tegen welke prijs’. Brahimi was onderhandelaar namens de VN om een regeling te vinden in Syrië die door alle partijen gedragen zou worden. In het lange interview doet Brahimi ferme uitspraken waarvan ik me niet kon voorstellen dat de Volkskrantredactie die zonder commentaar zou laten passeren.

Al de dag erna werd het commentaar van lezer Niek van Santen als Brief van de dag geplaatst. Van Santen vond het onbegrijpelijk dat iemand als Brahimi zo’n belangrijke rol bij de VN had terwijl hij – vond Van Santen – van alles over het hoofd zag.

Op zaterdag 6 december ging buitenlandcommentator van de Volkskrant Paul Brill er nog eens stevig overheen: Arabische wereld koestert slachtofferrol.

We willen hier laten zien hoe de verschillen in oordeel tussen Brahimi en de Volkskrant voortkomen uit verschillen in betekenisgeving.

Wie de letterlijke uitspraken wil lezen verwijzen we naar de Volkskrant. We mogen ze van de Volkskrant helaas nauwelijks quoten. Dat is jammer, want het leest een stuk gemakkelijker.

De uitspraken van VN-gezant Brahimi

Brahimi doet stevige uitspraken. De lijn die ik er uithaal, in mijn woorden: voor hem is onbelangrijk welke moraal in een cultuur heerst, mits er een macht is die het mogelijk maakt dat mensen elkaar niet doodslaan en zich kunnen ontwikkelen. Daaruit komt de normativiteit voort waarmee hij Amerikanen en Britten wat betreft Irak en Britten en Fransen wat betreft Libië veroordeelt. Zo hadden de Amerikanen in Irak de Ba’ath-partij aan de macht moeten houden want die was in staat Irak te runnen. Door vernietiging van die partij zag Brahimi dat er een toestand ontstond waarin een groot gebied in handen viel van allerlei groepen en groepsleiders waarvan de macht kon groeien en die het anderen inmiddels onmogelijk maken er in vrede te leven. Volgens Brahimi is IS daar een uitloper van.

Een zwaardere politieke blunder dan de Amerikanen in Irak hebben begaan is er voor hem niet. Hij hekelt de huidige interventies tegen IS die nergens anders op gebaseerd zijn dan wat in Amerika politiek opportuun lijkt. Ook voor IS moet een politieke oplossing gevonden worden, niet een militaire.

Geen middelen gebruiken die in strijd zijn met de toestand die je wilt bereiken
Brahimi vindt dat er ook bij problemen tussen landen een macht nodig is die een definitie van de situatie kan opleggen. De VN zouden volgens hem in de positie moeten komen een definitie van de situatie via internationaal recht af te dwingen. Bovendien mag je geen middelen gebruiken die in strijd zijn met de toestand die je wilt bereiken: dat mensen in vrede kunnen leven en zich kunnen ontwikkelen. Het ziet er voor hem uit als blijven praten, blijven onderhandelen, nooit bommen en granaten gebruiken.

Als een macht de haarvaten van een samenleving aantast en daarop intervenieert, zoals met tanks akkers omploegen, het verhinderen olijven te oogsten, land afpikken en mensen verjagen, zijn dat voor Brahimi grote misstappen. Hij vindt dat die verschijnselen in het conflict tussen Palestijnen en Israel vrijwel geen aandacht krijgen in Nederlandse kranten. En dat westerse regeringen het vrijwel nooit hebben over dit soort schending van de mensenrechten.

De uitspraken van interviewer Rob Vreeken

Het is een zeer lezenswaardig interview, goed geschreven. Tegen het eind krijg je de indruk dat Vreeken steeds meer moeite met heeft Brahimi’s oordelen. Hij doet de uitspraak dat hij zelf in Benghazi was toen de Fransen daar bommen afwierpen en hoe die toegejuicht werden. Hij vindt dat Libiërs er zelf een puinhoop van maken. Brahimi merkt daarover op dat hij niet weet of de Libiërs nu nog steeds Sarkozy zouden toejuichen.

Naar aanleiding van Brahimi’s opmerking over wat Nederlandse kranten over het conflict tussen Palestijnen en Israëlisch wel en niet melden, stelt hij de vraag: “Hoe weet u dat. U leest geen Nederlands.”

De uitspraken van lezer Niek van Santen

De volgende dag werd in de Volkskrant het commentaar van lezer Niek van Santen als Brief van de dag geplaatst. Hier te lezen.

De uitspraken van columnist Paul Brill

Op zaterdag 6 december wijdde Paul Brill een column aan het interview. De kern van zijn betoog komt overeen met dat van Niek van Santen, maar hij voegt er o.a. aan toe: “(….) Dat de regio vergeven is van repressieve regimes, dat de Arabische wereld politiek, economisch en cultureel een pijnlijke achterstand heeft opgelopen, dat er sprake is van een reusachtig religieus schisma en dat soennieten en sjiieten elkaar naar het leven staan met een intensiteit die de 17de–eeuwse godsdienstoorlogen in Europa in de schaduw begint te stellen (….)”

Brill meldt ook dat het westen tekort is geschoten; dat de Amerikanen lichtzinnig te werk zijn gegaan in Irak. Maar hij vindt dat de cultuur in het Midden-Oosten zelf de kern van de problemen vormt. Hij kan ook niet instemmen met de visie van Brahimi dat het Palestijnse leed nog steeds genegeerd wordt. Hij vertelt over een gesprek met een apotheker in Gaza die “een betoog afstak over de Joodse overheersing van vrijwel alle westerse media. Ook de Nederlandse? Ja, ook de Nederlandse. Ook de Volkskrant? Ja, ook de Volkskrant. Toen ik zei dat dit toch echt niet kon kloppen, glimlachte hij meewarig: ’You don’t know’.”

Het oordeel van Brahimi, waarop dat gebaseerd is en hoe hij daarmee feiten groepeert

Brahimi’s uitspraken wijzen erop dat voor hem een staat pas gezond is als mensen veilig in wisselwerking zijn met hun omgeving en anderen en zich daarin ontwikkelen. In zijn verhaal staat het handhaven van evolutionaire betekenisgeving centraal. Om zo’n toestand mogelijk te maken is een regime nodig dat de definitie van de situatie bepaalt en de macht heeft die definitie af te dwingen. Brahimi en de VN gaan ervan uit dat als zo’n macht er niet is mensen met elkaar gaan strijden om hun definitie van de situatie aan anderen op te dringen. Dat ziet eruit als chaos en kan gepaard gaan met onmenselijk geweld.

Voor Brahimi hoef je het niet met de definitie van de situatie van een heersend regime eens te zijn, als dat maar voor een toestand zorgt waarin mensen kunnen evolueren. In de meeste landen van het Midden-Oosten is de definitie van de situatie anders dan in landen van de westerse wereld. Dat is voor Brahimi niet interessant. Voor hem lijken rationele, sociale en zelfreferentiële betekenisgeving ondergeschikt aan evolutionaire. Praten met partijen die je nodig hebt om tot een definitie van de situatie te komen die wordt gerespecteerd of afgedwongen is in zijn beleving de enige manier om die gewenste toestand te bereiken. Oorlog staat voor hem haaks op het scheppen van een toestand waarin mensen vrij met elkaar in wisselwerking zijn en zich kunnen ontwikkelen. Dat hij als onderhandelaar door de VN is aangesteld laat zien dat zijn oriëntatie door de VN gedeeld wordt.

Brahimi ziet als een van de uitkomsten dat er een wereldwijde toestand van onzekerheid en onveiligheid groeit
Internationaal recht ziet hij als een definitie van de situatie die voor alle machthebbers geldt, waar dan ook. In de kwestie Israël-Palestina zou internationaal recht dus ook de definitie van de situatie moeten bepalen. Er zou een macht moeten zijn die het internationaal recht kan handhaven. Brahimi meent dat de VS zich niet als zodanig gedragen. Hij neemt waar dat ze Israël helpen haar definitie van de situatie aan de Palestijnen en buurlanden op te leggen. Het lukt Europa ook niet volgens dat internationaal recht te werk te gaan. Het zou de VN kunnen lukken als alle landen zich aan de statuten en verdragen van de VN houden, maar dat is steeds minder het geval. Brahimi ziet als een van de uitkomsten dat er een wereldwijde toestand van onzekerheid en onveiligheid groeit.

De oordelen van de interviewer, de lezer en de columnist

In de teksten van Vreeken, Van Santen en Brill kun je geen evolutionaire betekenisgeving vinden. Terwijl deze vorm van betekenisgeving de grondslag is voor elke vorm van leven. Ze geven die vorm geen gewicht, wellicht herkennen ze die niet. (We weten niet hoever de tekst van Van Santen door de redactie ingekort is.) Ze richten hun aandacht op interactie tussen mensen, op een bepaald moment, op een bepaalde plek. Ze zien de uitkomst van die interactie en gaan ervan uit dat mensen daar zelf en direct verantwoordelijk voor zijn. Invloed van omgeving en omstandigheden komt in hun oordeel nauwelijks aan bod. Ze laten de oriëntatie zien die in de westerse samenleving heerst en hier als referentie geldt: zelfreferentieel-rationeel. We vinden het hier normaal om te doen alsof mensen zelf hun omgeving (kunnen) maken.

Brill valt in de commentaren extra op. De verwoording van zijn opvatting ademt westerse superioriteit. Als hij zou kijken vanuit de vorm van betekenisgeving die bij Brahimi overheerst dan zou hij tot de conclusie hebben kunnen komen dat westerlingen die in het Midden-Oosten interveniëren te maken krijgen met invloeden die voor hen vaak verborgen en subtiel zijn. Oordelen van mensen daar worden gedragen door andere vormen van betekenisgeving dan die van ons in het westen. Dan zou hij opgeschoven zijn in de richting van het oordeel van Brahimi.

Het is een illusie dit te verwachten. Het is een rationele opvatting te denken dat iemands oriëntatie via gesprekken kan veranderen. In de realiteit van alledag is een oriëntatie zo robuust dat ze je oordeel bepaalt en het vrijwel onmogelijk maakt een oordeel te waarderen dat op een andere vorm van betekenisgeving is gebaseerd. Voorkomende reacties zijn dat mensen met verschillende oriëntaties zich van elkaar afwenden, kwaad worden, vinden dat hun eigen oriëntatie per definitie beter is dan die van anderen. Dat kan evolueren tot de idee dat gebruik van geweld de enige oplossing is; weg met die ander.

Interventies in de haarvaten van de samenleving in het Midden-Oosten krijgen in westerse media nauwelijks aandacht
Vanuit verschil in oriëntatie kun je ook naar Brills ervaring met de apotheker in Gaza kijken. Brill kan de uitspraken van de apotheker niet plaatsen binnen de vorm van betekenisgeving die zijn oriëntatie overheerst. De kans is groot dat de uitlatingen van de apotheker zijn gebaseerd op andere vormen van betekenisgeving dan die waarmee Brill de wereld in kijkt. Als de apotheker bijvoorbeeld vanuit evolutionaire betekenisgeving aan verschijnsel betekenis geeft kan hij hetzelfde hebben bedoeld als Brahimi: interventies in de haarvaten van de samenleving in het Midden-Oosten krijgen in westerse media nauwelijks aandacht. Zijn uitspraak kan dan worden begrepen als: Brill staat zo anders in de wereld dat hij niet begrijpt wat er voor ons toe doet, zodat hij niet ziet wat wij in westerse media missen. You don’t know. Maar Brill zegt niets over de oriëntatie van de apotheker.

Wat zie je aan de behandeling van het interview?

Wat je waarneemt is dat de oriëntatie van Brahimi en de oriëntaties van Brill en Van Santen zo ver uit elkaar liggen dat het moeilijk is ruimte en begrip voor elkaars manieren van kijken te ontwikkelen. (Via het verduidelijken van hun oriëntaties aan hen zelf en hoe die in hun woorden tot uitdrukking komen wordt dat wel mogelijk.) Brahimi is van Algerijnse afkomst. Net als in elke andere Afrikaanse cultuur zijn evolutionaire en sociale betekenisgeving er duidelijk dominanter dan bij ons. In zo’n oriëntatie zie je, herken je dat een toestand ertoe doet, er veel toe doet. En ben je maar beperkt in staat zaken naar je hand te zetten. Je bent alleen in staat iets voor elkaar te krijgen als anderen en de omgeving en omstandigheden dat mogelijk maken.

Brill en Van Santen kunnen met hun oriëntatie geen van beiden zien dat sinds de Amerikanen in Irak binnenvielen en de Britten en Fransen in Libië (en de Russen destijds in Afghanistan) een situatie is ontstaan die Brahimi vanuit zijn oriëntatie als onontkoombare uitkomst beschouwt: strijd tussen groepen om de eigen definitie van de situatie aan anderen op te leggen, waarbij het er gruwelijk aan kan toegaan.

Er is tot nu toe geen artikel in de Volkskrant verschenen waarin het oordeel van Brahimi werd toegelicht of verdedigd.
Rob Vreeken laat aan het eind van het interview met Brahimi zien dat ook hij de gebeurtenissen in Libië ziet als directe uitkomst van de manier waarop mensen daar nu leven. Het hele interview ademt een zekere verbazing over wat hij van Brahimi hoort. Je mist bij hem herkenning van de invloed van evolutionaire betekenisgeving. Anders zou hij andere vragen hebben gesteld. Brill, Vreeken en het plaatsen van de Brief van de dag laten heel goed de oriëntatie zien van waaruit de Volkskrantredactie heeft geoordeeld: zelfreferentieel-rationeel. De waarde die Brahimi toekent aan internationale rechtsregels kon dan ook bij geen van hen en ook niet in de Volkskrant langskomen. Er is tot nu toe geen artikel in de Volkskrant verschenen waarin het oordeel van Brahimi werd toegelicht of verdedigd.

Als je kijkt als Brill en Vreeken geef je geen aandacht aan verschijnselen die laten zien dat evolutie onmogelijk wordt gemaakt. Dan krijgen het vernielen van lantaarnpalen in Gaza, het door akkers ploegen met tanks om de drainage te vernielen, het openen en sluiten van wegen op onvoorzienbare momenten, het blokkeren van handel, het onmogelijk maken te oogsten een heel ander gewicht dan voor degenen die vanuit evolutionaire betekenisgeving de wereld in kijken.

Wat Brahimi zegt en de man die Brill aan het eind van zijn column aan het woord liet, wordt bovendien door Brill en Vreeken niet als feit gezien dat ze zouden moeten verifiëren. Ze kunnen zich niet voorstellen dat het feiten zijn. (Ik lees al jaren de Volkskrant en kan het oordeel van Brahimi bevestigen. Heel af en toe zie je in een berichtje hoe Israel het Palestijnen onmogelijk maakt te leven waar ze wonen. En als er al een berichtje verschijnt dan staat het op een plaatsje in de krant die de indruk geeft dat het weinig gewicht heeft. Het is een van de vele expressies van de oriëntatie waarmee de Volkskrant wordt geredigeerd.)

Conclusie

De dominantie van evolutionaire betekenisgeving in de oordelen van Brahimi en de dominantie van zelfreferentiële-rationele betekenisgeving in de oriëntaties van Brill en Van Santen laten een wig zien tussen de manier waarop de Verenigde Naties conflicten beoordelen en behandelen en hoe de Volkskrant ernaar kijkt. Het ontbreken van evolutionaire betekenisgeving in het vragenrepertoire van Vreeken bij het interviewen van Brahimi, het plaatsen van de reactie van Van Santen als Brief van de dag en Brills oordelen laten een simplificatie van de realiteit in de Volkskrant zien.

Het ontbreken van de invloed van evolutionaire betekenisgeving in oordeelsvorming zie je niet alleen bij de Volkskrant, maar in vrijwel alle mediale uitingen in Nederland. Het zegt veel over de vormen van betekenisgeving die nu onze cultuur domineren. Het toont een smalle oriëntatie die geen grondslag kan zijn voor het geven van internationaal politiek commentaar, laat staan voor internationale politieke strategie.

[wysija_form id=”1″]

1 reactie

  • De gemiddelde mens kan één tot twee grote crises aan in zijn / haar leven en daarna treedt een toestand van teruggetrokken apathie op. Tel daar het verschijnsel bij op dat mensen via de gebruikelijke media bijna constant worden overspoeld met zaken van over de hele wereld waar zij niets aan kunnen doen, zo voelt het althans, waardoor de notie van afhankelijke machteloosheid een unieke situatie biedt voor overheden om dan vervolgens het ultieme medicijn aan te kunnen bieden, namelijk een globale regering. Een wereldwijde toestand van chaos en verwarring lijkt in dat opzicht dan ook erg gewenst.

Laat een reactie achter