Wat valt er nog te redden bij de Rabobank?

foto: stevepb op Pixabay.com
Geschreven door Wim van Dinten

De Rabobank werkt niet langer als een coöperatie voor en met leden. De voorlaatste fase naar een commerciële bank is ingezet. Beursgang is slechts een kwestie van tijd.
Hoe verdelen we de erfenis?

Lokale Rabobanken steunden ooit lokale ondernemers totdat duidelijk was dat er niets goeds meer van zo’n onderneming te verwachten was. Ging een boer dood dan wisten ze of de nabestaanden het zouden rooien. Na verloop van jaren was de extra financiering terugbetaald. Het is de essentie van een coöperatieve bank. Ze is gebaseerd op sociale samenhang. Ze is er nog als alle andere financiers allang zijn afgehaakt. Dat bleek bovendien profijtelijk. De Nederlandsche Bank vroeg in de jaren zeventig van de vorige eeuw of ze zich wilden inhouden, anders zouden de andere banken kapot gaan.

Lokale Rabobanken belegden hun overtollige financiële middelen bij hun centrale bank. Die was van hen, werd door hen beheerd. In de loop van de tijd ging die ook faciliteren, toezicht houden, internationaal bankieren. Er kwamen rationalisten in de top. Die gingen bonussen geven en de baas spelen. De Nederlandsche Bank vond dat het zo moest. We weten wat er van kwam: ze draaiden een diamant kapot en verslonden een vermogen.

De lokale Rabobanken hebben in 2015 allemaal hun bankvergunning ingeleverd. Er is één bank van gemaakt die van boven naar beneden wordt gestuurd. Wij, aan de voet van de samenleving, zijn de beschikking over de erfenis van onze voorouders kwijt. We zijn bestolen. Wat valt er te redden?

Essentie van de Rabobanken was dat ze de risico’s voor het midden- en kleinbedrijf niet vanuit een korte, maar vanuit een lange termijn beoordeelden. Ze wogen impliciet de inbedding in de gemeenschap mee. Zelfs kleine landbouwondernemers konden zo bestaan. Er werd spaargeld aangetrokken om leden-ondernemers te financieren en de aankoop en bouw van woningen te financieren. Klanten en leden durfden plannen te maken. De agrarisch ondernemers produceerden voedsel en iedereen droeg zijn steentje bij aan ons land.

Nu zijn abstracties als ‘bankieren voor Nederland’ en ‘bankieren voor voedsel’ doelstelling van de samengesmolten Rabobanken geworden. Vanuit die doelstelling zijn leden en klanten middel in plaats van vertrekpunt voor bankieren. Je bent bovendien lid van de Rabobank Organisatie, niet meer van een lokale bank. Dat wordt bevestigd door de inrichting van de bank: je bent niet meer een persoon van vlees en bloed met een context, maar een datastring in computerbestanden die met software wordt behandeld.
Gegeven de invloed van de toezichthouder, gegeven de digitalisering van lid en klant en gegeven de dominantie van rationalisten in de bancaire sector, is geen glimp van de oorspronkelijke Rabobank terug te krijgen. De coöperatie is een holle marketingformule geworden, sociale betekenisgeving is ver te zoeken. Wat kan nog wel?

Het vermogen dat in de Rabobank zit, zo’n 40 miljard, is van ons, van de samenleving. Als de Rabobank naar de beurs gaat vind ik dat de opbrengst van de aandelen in een apart fonds moet worden gestort. Daaruit financieren we bijvoorbeeld bijdragen aan vermindering van de CO2 -uitstoot in de landbouw en experimenten in onderwijs waarin het milieu de plaats krijgt die het voor alle leven heeft en kunst een belangrijke rol speelt. De Rabobank zal als een commerciële bank moeten worden beoordeeld. Het dividend dat in een commerciële bank aan aandeelhouders wordt uitgekeerd gaat in zo’n fonds.

Ik vind dat mensen aan de voet van de samenleving over dat fonds moeten gaan. Wij legitimeren! Dat zal op verzet stuiten. Maar overheid en politiek representeren niet meer de samenleving en de Raad van Commissarissen van de Rabobank niet de leden. Er is hooguit een structuur waarin die legitimatie juridisch wordt geconstrueerd. Het maakte mogelijk dat we werden bestolen en kan onze legitimering niet dragen.

Prof. Em. Wim van Dinten.
Tot 1999 directeur strategie van Rabobank Nederland. Oprichter van Stichting Sezen.

De Volkskrant heeft dit artikel in deze vorm geplaatst.

Lees verder: De financiële wereld is losgemaakt van de leefwereld van mensen.

Wil je voortaan onze nieuwsbrief ontvangen?

4 reacties

  • Ik las het artikel van van Dinten in de Volkskrant. Ik ben niet van de Rabo en hoef ze niet te verdedigen, maar dit is echt een onzinnig verhaal. Er is geen sprake van een beursgang, de problematiek van de lokale banken met hun (vaak) amateuristische betuurders, de hogere eisen die vanuit de samenleving aan banken worden gesteld, etc. etc., zijn goede redenen om geheel anders naar de situatie te kijken. Ook heeft van Dinten een volledig foutief beeld van het eigenaarschap van de bank: die is niet van de samenleving maar van de leden.
    Kortom: merkwaardig verhaal.

    • Dag Rits Dijkstra,

      Dank voor je commentaar. Ik zal hier kort antwoorden. Een uitgebreid antwoord stuur ik per email.

      Ik spreek niet over een beursgang nu, maar over een beursgang straks, die onontkoombaar is.

      De amateuristische bestuurders keken vanuit een maatschappelijk perspectief naar het reilen en zeilen van de Rabobanken en Rabobank Nederland. En zij zorgden ervoor dat die bank haar maatschappelijke focus niet verloor. Dat lukte steeds minder en is hen na te dragen. Ze werden door hun maatschappelijke opstelling prooi van juristen en rationalisten.

      Het vermogen is in meer dan 100 jaar opgebouwd. Het vermogen van een Lokale Rabobank is niet aan personen te relateren, wel aan het werkgebied van een lokale bank en de inwoners en bedrijven daar.

      De leden hebben geen enkele machtspositie. Anders gezegd: ze hebben niets te vertellen. Het is al 20 jaar een marketing instrument.

      In de hoop dat u het woord onzinnig in uw comment wilt terugnemen,

      Met vriendelijke groet,

      Wim van Dinten

  • Geachte heer van Dinten,
    Met grote interesse las ik u artikel in de Volkskant van vandaag. Mijn interesse wordt opgewekt omdat ik 22 jaar bij verschillende Rabobanken in den lande gewerkt heb en omdat ik lid ben van de ledenraad van de grootste plaatselijke bank.
    Over de toekomst van de bank maak ik me minder zorgen dan over de toekomst van de coöperatie, zeker omdat de voorzitter van de ALR teven voorzitter is van de RvC van de bank (om die reden heb ik ook tegen de fusie gestemd).
    Ik ben het met u eens dat deze stap wel eens de laatste stap zou kunnen zijn vóór de beursgang.
    Natuurlijk moet het vermogen dan in een fonds komen maar dan wel in een fonds die de werkvorm van coöperatie ondersteunt en er zorg voor draagt om deze voort te zetten.
    Op het gebied van zorg, welzijn, onderwijs en andere maatschappelijk doelen kunnen dan initiatieven ondersteund worden. Naar mijn mening is daar zeker draagvlak voor en kan een en ander ondernomen worden.
    Indien u het op prijs stelt wil ik meedenken over de mogelijkheden en uw initiatief ondersteunen.
    Met vriendelijke groet,
    Jan Kuijs.

    • Dag Jan,

      Dank voor je reactie. Ik maak graag gebruik van je aanbod om mee te denken.
      We zijn van plan mensen die reageren te betrekken bij hoe we verder gaan.
      Want uit de reacties blijkt dat dit artikel heel veel mensen aanspreekt en
      menen dat ze dit niet zomaar kunnen laten passeren. Daaronder leden van de
      Rabobank die zeggen: ik wilde mijn lidmaatschap opzeggen maar nu ik dit lees
      stel ik dat uit.

      Met vriendelijke groet,

      Wim van Dinten

      .

Laat een reactie achter