Kwade trouw in de uitvoering

Onlangs is het eindrapport verschenen van de Tijdelijke commissie Uitvoeringsorganisaties (TCU) van de Tweede Kamer, getiteld Klem tussen balie en beleid. Die titel geeft weer hoe burgers vermangeld kunnen worden, als ze te maken krijgen met uitvoeringsorganisaties van de overheid. De TCU heeft een drietal organisaties van de rijksoverheid onder de loep genomen, maar ga er maar vanuit dat de bevindingen ook toepasbaar zijn op organisaties op decentraal niveau.

Een van de onderzochte organisaties is het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR). Niet voor niets uitgekozen, omdat over het CBR veel wordt geklaagd. Vooral door 75-plussers die erg lang moeten wachten op de verlenging van hun rijbewijs. Nu wil het toeval dat ik een brief onder ogen kreeg van het CBR gericht aan een 70-plusser die een auto-ongeluk had veroorzaakt doordat hij achter het stuur in slaap was gevallen. De brief is het citeren waard. Het betreft een standaardbrief, die ongetwijfeld door PR-deskundigen is geformuleerd. De eerste twee zinnen: “Wij hebben informatie over u ontvangen. Dit heeft de politie (aanduiding district) aan ons doorgegeven.” Nu ben ik nogal gevoelig voor incorrect taalgebruik, zeker door overheidsinstanties. Ik zag dus gelijk dat “Dit” moest zijn “Deze”, omdat het niet zo zal zijn geweest dat de politie het CBR liet weten dat het CBR informatie had ontvangen. Soms denk ik dat organisaties die slechte brieven schrijven ook op andere gebieden kwalitatief onder de maat zijn, of slordig omgaan met de buitenwereld. Ik dwaal af. In de derde zin wordt medegedeeld dat het CBR gaat bekijken of betrokkene nog wel veilig aan het verkeer kan deelnemen. Dan wordt in de vierde zin gezegd dat men zonder verdere kosten op het gemeentehuis afstand kan doen van zijn rijbewijs. Over die kosten gaat de brief als volgt verder: “Wij nemen na twee weken een besluit over het vervolg. In dat besluit staat welk soort onderzoek u moet doen (bedoeld zal zijn ondergaan!)” De kosten van het onderzoek zijn voor betrokkene. Daarnaast moet een vast bedrag van €433,00 worden betaald.” Tot zover de brief die bij mij wrevel oproept. De indruk die wordt gewekt is toch dat de burger een poot wordt uitgerukt en dat het CBR misschien wel het liefst zou zien dat ouderen van de weg verdwijnen. Het CBR heeft overeenkomsten gesloten met specialisten voor de opgelegde onderzoeken. De betrokken burger moet eerst betalen voor dat onderzoek, voordat aan hem wordt meegedeeld wie de onderzoeker is. Aan de burger wordt niet bekend gemaakt welke CBR-medewerker het betreffende geval behandelt, blijkt uit een telefonisch contact. Contact over de specifieke omstandigheden is niet mogelijk. Een verzoek om het rapport van de politie te mogen ontvangen, wordt niet gehonoreerd.
De TCU wil “bouwstenen voor een betere publieke dienstverlening met een menselijk gezicht” leveren. De aanbevelingen zijn, aldus de TCU direct toepasbaar. Dat laatste blijkt al te voortvarend, nu besloten is de uitvoeringsproblematiek onderwerp te maken van de kabinetsformatie. Plannen voor verbetering komen pas daarna. Je bent dus zo een jaar verder.

De TCU doet een aantal aanbevelingen. Zij ziet een driehoek Tweede Kamer, departementen en uitvoeringsorganisaties waarbinnen meer vertrouwen moet worden gecreëerd. Uitvoering moet meer waardering krijgen en professionals meer zeggenschap. Met dat laatste zou ik maar een beetje oppassen. Je hoort wel beweren dat de medewerkers aan de balies van overheidsinstanties meer ruimte zouden willen hebben om de burger op een meer menselijke wijze te behandelen. Maar ik vraag me af, of dit niet een beeld is uit reeds lang vervlogen jaren. Juist die medewerkers met een sociale instelling, die willen proberen de burger behulpzaam te zijn, zijn al lang verdrongen door goedkope krachten die enkel in het computersysteem hoeven te kijken om te zien wat er met de arme burger moet gebeuren. Voor die nieuwe generatie baliemedewerkers is overigens kennis van de onderliggende regelgeving in veel gevallen ook niet meer noodzakelijk. Het computersysteem laat onmiddellijk de uitkomst van de afweging die moet worden gemaakt zien. Iets anders is niet mogelijk. Uitvoeringsorganisaties zijn ingericht en worden aangestuurd op basis van efficiency. Ze worden ook voortdurend belast met financiële taakstellingen die uiteindelijk ook leiden tot schraapzucht ten koste van de burger.

De TCU wijdt beschouwingen aan de informatie die bij de Tweede Kamer terecht komt over de uitvoering van beleid en regelgeving. Die is niet in orde. Deels ligt dat aan de geringe belangstelling voor de uitvoering en deels aan de gekleurdheid ervan, omdat in alle tussenliggende lagen de problemen worden afgezwakt. Volgens de TCU domineren de departementen binnen de genoemde driehoek. En de beleidsdirecties willen altijd voorkomen dat de minister in de problemen komt door informatie over het slecht functioneren in de uitvoering, of -nog erger- gebreken in het beleid en in de regelgeving. Ik vind dit mild geformuleerd. Om het recht voor zijn raap te zeggen: de top in de departementen is in veel gevallen niet te goeder trouw. Willens en wetens worden dingen verdraaid, weggemoffeld, verzwegen of onjuist voorgesteld. De wet, inclusief de bindende voorschriften uit Europa, wordt in voorkomende gevallen bewust verkeerd geïnterpreteerd, als dat nodig is voor een gewenste uitkomt. Als de Kamer verkeerd wordt geïnformeerd en het komt bij wijze van uitzondering een keer uit, dan is de eigen minister daarvan het slachtoffer. Juist omdat de departementen de kunst van het misleiden van de Kamer tot in de puntjes beheersen, is het verkeerd informeren tot doodzonde verklaard, waarop alleen met het vertrek van de minister kan worden gereageerd. De Kamer kan het zich niet veroorloven een jokkende minister te laten zitten. Zij is immers voor haar functioneren voor het belangrijkste deel afhankelijk van de informatie, afkomstig van de minister. Hoewel, zie ik het goed dan komen bewindspersonen er tegenwoordig steeds vaker mee weg. Maar dit terzijde. Voor de Kamer is het zelf op zoek gaan naar informatie, bijvoorbeeld in hoorzittingen of werkbezoeken slechts in beperkte mate mogelijk. Voor het instellen van onderzoekscommissies wordt alleen gekozen in uitzonderlijke gevallen. Voor meer is geen capaciteit. De TCU had juist voor een onderzoek naar het CBR gekozen, omdat uit de samenleving signalen waren gekomen over wantoestanden en een barslechte staat van dienstverlening. En natuurlijk ook, omdat de media daarover aan het publiceren waren geslagen.

De door de TCU beschreven driehoek wordt als een systeem gezien, dat kennelijk haperingen vertoont. Zij beveelt aan rekening te houden met de belangen van de burgers en op zoek te gaan naar de menselijke maat in de uitvoering. Daartoe moeten signalen over de uitvoering doordringen in dat systeem. De aanbevelingen van de TCU zou ik willen omschrijven als: we moeten het op alle fronten beter doen. Ze zijn zo veelomvattend en algemeen geformuleerd dat een compleet nieuwe oriëntatie van verantwoordelijke mensen binnen het vastgelopen systeem noodzakelijk zal zijn. Maar ja, hoe leer je een bureaucraat open en ontvankelijk voor signalen van buiten het systeem te zijn? Hoe leer je hem of haar buiten de paden van de hiërarchie te treden? Hoe optimistisch kun je daarover zijn? Hoe zou de toekomst van Pieter Omtzigt eruit zien? Deze vragen zijn naar de komende kabinetsformatie doorgeschoven. Je mag dus verwachten dat er lang over zal worden vergaderd en dat de oplossing zal worden gevonden in een aanscherping van het systeem. De foute oplossing dus, omdat alleen een vermenselijkte attitude van de uitvoerende ambtenaren kan helpen. En dat vergt een cultuuromslag die het systeem niet kan opbrengen.

Onlangs werd als gevolg van verdere research van RTL bekend, dat de misstanden die in de toeslagenaffaire aan het licht waren gekomen, helemaal niet waren ontstaan nadat de frauduleuze praktijken in Bulgarije aan het licht waren gekomen en hadden geleid tot die verschrikkingen in de uitvoering door de Belastingdienst, maar dat daarvoor al jaren eerder het beleidsmatige startsein was gegeven. En dat komt dan aan het licht na al die ophef rond de enquêtecommissie, na de parlementaire behandeling van de toeslagenaffaire en na het ontslag van het kabinet. Hoe optimistisch kun je zijn over de integriteit van andere onderdelen van de rijksdienst? Neem nou Defensie?

Laat een reactie achter