Wie zijn de exoten?

Geschreven door Wim van Dinten

Verandert sociale samenhang vooral door komst van nieuwe mensen? Of heeft het ook alles te maken met hoe wij zelf in onze oriëntaties veranderen?

Ik las deze week het omvangrijke rapport van de WRR over De nieuwe verscheidenheid. Daarin wordt onderzocht of ‘nieuwkomers’ bijdragen aan de Nederlandse economie en aan sociale samenhang. De conclusie van de onderzoekers is dat daar waar hoger opgeleiden wonen dat niet het geval is. En waar hoger opgeleiden niet een regio domineren blijkt er niet goed een uitspraak over te geven.

Maar in het onderzoek lijkt geen aandacht geweest te zijn voor de vraag of wellicht de Nederlandse bevolking en dan vooral de hoger opgeleiden afwijzend naar mensen met een niet-Nederlandse afkomst zijn gaan kijken. Stel dat ze meer uitgaan van zichzelf – zelfreferentiëler worden – dan vinden ze al gauw dat anderen in de weg zitten of zich moeten aanpassen. Je constateert dan een dalende sociale samenhang.

De conclusie die ik aan het rapport verbind is dat de WRR zou moeten onderzoeken hoe hoger opgeleiden in de wereld staan, wat hun oriëntatie is. Dan komen die onderzoekers ook zichzelf tegen. Ik weet niet of hen dat tegenhoudt.

Wil je voortaan onze nieuwsbrief ontvangen?

Nieuwe #aardnootjes verschijnen ook via Twitter.

1 reactie

  • Samenhang is onvermijdelijk

    Het is misschien wat abstract, maar in feite bestaat de kennis die hiervoor nodig is al lang. Via experimenten op het vlak van de kwantummechanica is het duidelijk dat subatomaire deeltjes die ooit met elkaar waren verbonden altijd hun connectie behouden, zelfs als ze kilometers van elkaar zijn gescheiden. Men noemt dat non-lokaliteit: los van tijd en ruimte communiceren de genoemde deeltjes ogenblikkelijk met elkaar indien ze worden “beroerd” omdat ze zich in een laag van deze werkelijkheid bevinden waarin tijd en ruimte niet bestaan en dus geen betekenis hebben.

    14 miljard geleden, is uit die dimensie van ogenschijnlijke “nietsheid” ineens alles uit niets ontstaan en met alles wordt bedoeld: tijd-ruimte en materie. Het is een onmogelijkheid volgens de opvattingen van de newtoniaanse wetenschap, die nu nog steeds wordt onderwezen en toegepast. Vlak voor het moment van de oerknal bevond alle materie en tijd-ruimte zich nog in een bolletje, zo groot als een knikker. Indien we alleen naar materie kijken (4% van het ons kenbare universum) en als we veronderstellen dat wij ons fysieke lichaam zijn, dan wordt het duidelijk dat we allemaal onvermijdelijk met alles en iedereen verbonden blijven, weliswaar op een niveau dat we niet meteen kunnen waarnemen.

    Bewustzijn kunnen we ook niet direct waarnemen: het heeft geen massa, neemt geen ruimte in en is niet lokaliseerbaar. Volgens de klassieke wetenschap bestaat het dus niet. Evengoed zullen er maar weinig mensen zijn die hun bewustzijn ontkennen. Er bestaan nogal wat aanwijzingen dat ons bewustzijn niet direct ontstaat als gevolg van neurochemische reacties in de hersenen en dat er een directe link is met de onderliggende kwantumrealiteit. Het is niet voor niets dat je bewustzijn niet kunt “maken” in een laboratorium.

    Onze hersenen lijken meer op een holografische ontvanger van een werkelijkheid waarin alles in alles steeds terugkomt. Hoe zijn we dan zo gaan denken in termen van steeds meer opsplitsing en diversiteit, die er eigenlijk niet zijn?

Laat een reactie achter